Er is minder bewegingsruimte voor logistieke spelers, die bovendien aan steeds strengere duurzaamheidseisen dienen te voldoen en onder meer te maken hebben met strikte venstertijden. Tel daarbij op dat winkels steeds minder voorraad in hun pand houden, waardoor het aantal bevoorradingsmomenten flink toe is genomen. Dit alles vraagt om slimme oplossingen. Om tot die oplossingen te komen is vorig jaar de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (Green Deal Zes) gesloten tussen overheden, logistieke partijen en andere betrokken organisaties. De deal heeft ten doel om nieuwe vormen van goederenvervoer te ontwikkelen die geen schadelijke stoffen uitstoten, zodat de Nederlandse binnensteden in 2025 schoner en veiliger zijn.

Interessante ontwikkelingen uit 'living labs'

Nu, ongeveer een jaar later, is het na een periode van voorbereiding tijd om praktische stappen te gaan zetten, zegt Arthur van Dijk, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland (TLN), één van de ondertekenaars van Green Deal Zes. Zo zijn er interessante ontwikkelingen uit de ‘living labs’ gekomen, die onderdeel uit maken van de afspraken. Bijvoorbeeld LOP’s en Gup’s (logistieke ontkoppelpunten en goederen uitgiftepunten).

Een situatieschets: vervoerders rijden ’s nachts de goederen naar logistieke ontkoppelpunten aan de rand van de stad, waar samenwerkende vervoerders warenhuizen delen. De goederen worden daar gebundeld, zodat ze in de ochtend vanuit volle vrachtauto’s in de (binnen-)stad kunnen worden uitgeleverd, met op een route zoveel mogelijk drops en zo min mogelijk stops.

“Stromen worden steeds slimmer gegroepeerd en fijnmaziger. Logistiek is hybride."

Logistieke bewegingen veranderen

“Stromen worden steeds slimmer gegroepeerd en fijnmaziger”, zegt van Dijk. “Logistiek is hybride. De klant bepaalt steeds meer zelf wanneer hij een pakket afgeleverd wil hebben. Als sector geven we daar het antwoord op. Een tijd geleden was het ondenkbaar dat goederen van concurrenten in één vrachtwagen of warehouse zouden liggen. Nu is dat heel gewoon. We veranderen bewegingen.”

Het kan niet anders dan dat oplossingen gezamenlijk worden ontwikkeld, vervolgt van Dijk. Actieve betrokkenheid van onder meer gemeente en winkeliers is nodig. “Gemeenten moeten gunstige venstertijden hanteren, maar winkeliers moeten op hun beurt dan ook bereid zijn om de winkel op tijd open te doen om te kunnen laden en lossen”, schetst hij.

Lokaal maatwerk

Door innovatieve vervoerders privileges te bieden, winkeliers en andere stakeholders te betrekken bij besluitvorming en elkaar aan te spreken op ieders verantwoordelijkheden, ontstaan zo steeds vaker passende afspraken; lokaal maatwerk. Cruciaal voor succes is ook dat er afstemming is tussen gemeenten onderling. Van Dijk: “Stel je voor dat er in verschillende gemeenten in Nederland verschillende eisen en privileges aan zero-emissie voertuigen worden gekoppeld. Hierop kunnen bedrijven onmogelijk een sluitende businesscase maken. Als het niet rendabel is voor bedrijven, dan houdt het alsnog geen stand”.

Cruciaal voor succes is ook dat er afstemming is tussen gemeenten onderling.

Van Dijk vat de uitdaging in twee delen samen: aan de ene kant het verduurzamen van het logistieke materieel. Aan de andere kant het optimaliseren van processen. Voor beide kanten is tijd en ruimte nodig om te ontwikkelen. Die ruimte en tijd zijn opgenomen in de Green Deal Zes, maar Van Dijk benadrukt dat technologie en praktijk gelijke tred moeten houden. Denk aan voldoende laadmogelijkheden om elektrisch rijden te stimuleren of flexibiliteit in regelgeving om soepele goederenstromen te creëren.

Andermaal onderstreept hij de rol van gemeenten daarbij. “Gemeenten willen aantrekkelijk zijn voor burgers en bedrijven en hun voorzieningen op peil houden. Daar is goede logistiek voor nodig. De partijen die er toe doen om dit verder te ontwikkelen hebben de Green Deal Zes ondertekend. Door dit ook te doen kunnen gemeenten gelijk blijven opgaan met de ontwikkelingen.”