Carlo van de Weijer

Director Strategic Area Smart Mobility - Universiteit van Eindhoven

Mobiliteit vormt een belangrijk element in het nieuwe regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’. De mobiliteitsparagraaf houdt zich nog op de vlakte maar biedt ruimte voor optimisme. Veel aandacht voor de veiligheid, het grootste maatschappelijk probleem van mobiliteit, nog vóór congestie, vervuiling en gebruik van publieke ruimte. 

Het manifest ‘Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit’ waarvoor partijen waaronder de TU/e zich hard hebben gemaakt, wordt specifiek genoemd dus onze inspanningen op dat gebied krijgen hoogstwaarschijnlijk een vervolg. En terecht, de maatschappelijke schade ten gevolge van ongevallen is vele malen hoger dan die van bijvoorbeeld congestie.

Als je het regeerakkoord leest lijkt de overheid duidelijk in te zetten op technologie. Al wordt dat deels onder de niet altijd correcte term ‘zelfrijdende voertuigen’ geschaard, de merites van innovatie voor het zuiniger, schoner en veiliger maken van het vervoer worden duidelijk onderkend. 

Mobiliteitsfonds

Op gebied van bereikbaarheid een opvallende beslissing dat ‘Het Infrastructuurfonds’ wordt omgevormd tot een Mobiliteitsfonds. Dat wil zeggen dat op termijn niet langer de modaliteit maar de mobiliteit centraal staat. Fondsen worden dan niet langer verdeeld tussen de traditionele modaliteiten weg, water en ov maar meer naar prijs-prestatie.

Mobiliteit vormt een belangrijk element in het nieuwe regeerakkoord

Er worden daardoor meer investeringen voorzien voor het beter benutten van bestaande infrastructuur, het stimuleren van intelligente transportsystemen (ITS) en ‘Mobillity as a Service’. Deze beslissing zal naar mijn verwachting vooral de traditionele vormen van openbaar vervoer raken. De voordelen op gebied van milieu en veiligheid die de maatschappelijke meerkosten van openbaar vervoer voorheen verantwoordden verdwijnen immers door schonere en veiligere voertuigen.

Mobiliteitstoekomst

Het overgebleven probleem van ruimtebeslag zal vragen om slimmere manier van ov, iets waar overigens ook de vervoerders opvallend hard aan trekken. Ook zij hebben door dat de tijd van grote bussen die op vaste tijden van paal naar paal rijden in de hoop niet te veel dienstregelingverstorende passagiers aan te treffen definitief voorbij zal zijn.

Een openbaar vervoersysteem van de toekomst vergt meer vraagsturing en impliciete flexibiliteit voor wat betreft routering en ingezette middelen. Die vereist flexibiliteit betekent een impliciet probleem voor railgebonden vervoer. Gelukkig is door de snelle prijsdaling van batterijen en het steeds beter worden van elektrische bussen geen geleid vervoer meer nodig om emissieloos te rijden.

Maar de minst onomstreden beleidsmaatregelen lijken te liggen rondom de modaliteit fiets.

Maar de minst onomstreden beleidsmaatregelen lijken te liggen rondom de modaliteit fiets. Veel geld voor stallingen, fietspaden en andere maatregelen om fietsgebruik te stimuleren. Een modaliteit die zowel voor de overheid als gebruiker goed en goedkoop is, weinig ruimtebeslag kent en waar nog veel innovaties hun weg zullen vinden. En ik denk de enige modaliteit die de steeds schonere, zuinigere, comfortabelere én goedkoper auto als modaliteit van de toekomst nog kan bijhouden.

De standaard oproep voor meer asfalt of meer OV is in dit regeerakkoord dan ook wat minder luid dan voorheen. We moeten immers van alsmaar meer en snellere mobiliteit naar de ontwikkeling van betere en mooiere mobiliteit.