“Als je tien procent oplost ben je een heel eind, als je twintig procent oplost ben je het kwijt. Dat is het mooie van dit verhaal. Ik dacht toen ik wethouder werd dat we de hele wereld moesten veranderen om deze problematiek het hoofd te bieden.” Dit zegt René de Heer, wethouder in de stad Zwolle. Hij spreekt geanimeerd als het gaat om de mobiliteit in zijn stad.

Optimaal benutten infrastructuur

“Ik ben van mening dat wij in Zwolle vernieuwend mobiliteitsbeleid toepassen. Voorheen was de klassieke rol van de overheid een puur infrastructurele rol, het aanleggen van de harde infrastructuur, asfalt, fietspaden. Over het gebruik van het product dat door ons is aangelegd hadden wij voorheen weinig te zeggen. Wat wij nu doen is in gesprek komen met de werkgevers om te achterhalen wat de meest optimale manier is van het benutten van de beschikbare infrastructuur.

"Ik denk liever mee en neem werk uit handen vanuit alle kennis en kunde die wij hebben."

Het is mooi dat wij als overheid niet meer de koploper zijn. Het bedrijfsleven zit aan het stuur. Zo zijn we momenteel in Zwolle bezig met het verbeteren van de bereikbaarheid van de binnenring om de gracht. Er is geen ruimte voor meer asfalt in onze historische stad. Dat wat we nu hebben zullen we op de meest optimale manier moeten gaan gebruiken. Om dat te kunnen doen heb ik partners in techniek en gedrag nodig,” aldus de wethouder.

Techniek en gedrag

“Wij zorgen ervoor dat doelstellingen, bijvoorbeeld in Zwolle, gehaald kunnen worden,” vertelt Lucien Linders, directeur business unit Advies & Innovatie bij Vialis. “Daarbij kan ik de technologie in een doos aanleveren, maar ik denk liever mee en neem werk uit handen vanuit alle kennis en kunde die wij hebben. Naast technologieleverancier is Vialis ook gewoon een werkgever. Onze werknemers zijn dusdanig ambulant dat wij er ook belang bij hebben dat de mobiliteit goed in orde is.”

Gedrag veranderen ten behoeve van mobliteit

Naast techniek staat gedrag ook hoog in de instrumentenlijst van het Beter Benutten programma. “Als je grootschalige ontwerpen maakt is het steeds gebruikelijker om in een beginstadium de ‘human factor’ mee te nemen,” vertelt Karel Brookhuis, als verkeerspsycholoog verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

“Vanuit Rijkswaterstaat wordt daar nu ook heel duidelijk op ingezet. Of gedrag is te veranderen ten behoeve van de mobiliteit hangt af van de bereidheid van de weggebruiker. Gewoontes haal je moeilijk uit de mens. Autorijden is een aaneenschakeling van gewoontes. Het gevoel van comfort vinden mensen erg belangrijk. Het tweede is dat het informeren cruciaal is daarbij.

De grootste winst valt te behalen uit toenemende adaptiviteit van systemen.

Hoe informeer je mensen?

We zitten nu in de testfase van de volgende stap: het verleiden en begeleiden tot aan de bestemming door middel van ‘in-car systems’ die vertellen hoe laat je weg moet en waar je heen moet. Zo overtuig je mensen om hun gedrag aan te passen.

De grootste winst valt te behalen uit toenemende adaptiviteit van systemen. Het informatiesysteem moet afgestemd kunnen worden op bijvoorbeeld een oudere gebruiker. We bewegen naar een situatie waarin elke weggebruiker een persoonlijk slim systeem, een zogenoemd ‘personal intelligent system’, heeft waarmee je het vervoermiddel kan kiezen dat bij je behoefte past.”

Toepasbare innovatie

Linders onderstreept dat de geboden dienstverlening niet stopt zodra er geleverd is: “Wij zorgen dat het verkeerssysteem in Zwolle blijft functioneren en dat het apparaat nog steeds maximale output genereert terwijl de wereld om het apparaat snel verandert. Uiteindelijk gaat het om toepasbare innovatie. Je kunt niet zeggen ‘ik bedenk iets en ik zie wel of het succesvol is’. We innoveren in de aanpak. Je stelt je kwetsbaar op en vraagt ‘dit heb ik bedacht, wat vinden jullie ervan?’

Proeftuin voor systemen

De wethouder gaat nog een stap verder. “We zijn begonnen met wegwerkzaamheden, maar we willen uiteindelijk dat je 24 uur per dag door Zwolle heen geleid wordt. Zwolle heeft 85.000 arbeidsplaatsen. Daarvan bewegen 35.000 zich met de fiets om bij hun werk te komen. Die andere 50.000 komen met de trein en de auto de stad in.

Wat mij betreft is Zwolle de proeftuin voor systemen die deze stromen begeleidt. Grote verkeersbewegingen tijdens bijvoorbeeld het bevrijdingsfestival kunnen we niet meer managen als we dat niet samen doen met een netwerkstad als Kampen, de provincie en Rijkswaterstaat.”