Maurice Kwakkernaat

Maurice Kwakkernaat
TNO

Een gezamenlijke standaard

De implementatie van communicatiesystemen die dat op grote schaal en veilig mogelijk maken blijven echter achter bij de verwachtingen. Maurice Kwakkernaat van TNO stelt dat de autofabrikanten de noodzakelijke stap kunnen zetten om een gezamenlijke standaard op te stellen.

“Tijdens de Dutch Technology Week in mei 2016 werd de Grand Cooperative Driving Challenge (GCDC) gehouden, een onderdeel van het Europese project i-GAME dat gaat over coöperatief rijdende auto’s.

Doel was om randvoorwaarden vast te leggen voor communicatie en interactie protocollen betreffende berichten van en naar auto’s onderling. Het moet Europees, maar liever nog wereldwijd dezelfde standaard worden.” Kwakkernaat stelt dat ze zich nu focussen op het Europese deel omdat men graag wil versnellen.

“Afstemming van interactie tussen voertuigen is cruciaal voor het realiseren van de plannen en de mogelijkheden. Dit kan als autofabrikanten de standaard met elkaar afstemmen en technieken ontwikkeld worden die onderling gedeeld kunnen worden.

Dat geldt ook voor de veiligheid, voor de één is vijftig meter remweg veilig, voor de ander geldt een langere of kortere remtijd. Over dergelijke zaken moet overeenstemming komen.”

Communicatie tussen auto’s wordt een belangrijke manier om het fileprobleem op te lossen. Daarmee heeft het ook de interesse van overheden en regio’s. Het echte verschil moet gemaakt worden door de autofabrikanten, die dat echter niet alleen kunnen.

TNO probeert daarom autofabrikanten en andere partijen te verenigen in een consortium genaamd Go-Join. Het coöperatieve adaptieve cruise control (CACC) systeem ziet Kwakkernaat als een eerste stap. “Het is een deel van de totaaloplossingen die leiden tot zelfrijdende auto’s op grote schaal.

Coöperatieve adviessystemen in auto’s zijn nu in opmars en nemen de komende jaren toe. Ik verwacht dat auto’s binnen vijf jaar zelf gas geven, remmen, sturen én coöperatief anticiperen op wat er onderweg aan de hand is.”


Gertjan Koolen

Gertjan Koolen
Provincie Noord-Brabant

Meer veiliger verkeer op de weg

Ook op provinciaal niveau houdt men zich bezig met communicatieve verkeerstoepassingen. Gertjan Koolen van de provincie Noord-Brabant: “Een goede doorstroming van de Brabantse wegen is belangrijk voor mensen én bedrijven. We zien met Smart Mobility mogelijkheden om meer verkeer op een veilige manier op de wegen te laten rijden.“

Koolen stelt dat er op delen van het huidige wegennet in Brabant al proeven gehouden zijn en nog steeds ‘lopen’. “Op de A67 tussen Eindhoven en Venlo is er een project uitgevoerd met de snelheid van het vrachtverkeer.

En op de A58 tussen Tilburg en Eindhoven zijn proeven gaande met het aanpassen van snelheid om spookfiles te voorkomen. Automobilisten die meedoen aan deze proeven krijgen via hun mobiele telefoon en met een speciaal kastje in de auto snelheidsadvies op maat.

Dit advies is gebaseerd op het verkeer enkele kilometers verderop. Als het verkeer verderop langzaam rijdt en automobilisten gaan bijvoorbeeld al vroeg enige tijd 90 rijden in plaats van 120, kunnen files voorkomen worden.”

Door snelheidsadvies te geven bij bepaalde verkeerssituaties en/of calamiteiten, kan er gemakkelijker, sneller en veiliger doorgereden worden. Koolen: “De technologie is er al en de toepassingen gaan de komende jaren zeker ook worden toegepast in de steden. Daar is het verkeer nog complexer dan op de snelweg en zijn er natuurlijk meer variabelen waar rekening mee moet worden gehouden.

Alle initiatieven in Zuid-Nederland rond coöperatief en autonoom rijden, komen samen in het programma SmartwayZ.NL. “De komende jaren worden delen van de A58, A67, N279 en A2 aangepakt. “Dit is een prachtige kans om gezamenlijk met de steden aan deze wegen, een ‘Living lab’ in te richten om coöperatief rijden in de praktijk te testen, verder te ontwikkelen en toe te passen.”


Prof. Marieke Martens

Prof. Marieke Martens
TNO

Rol bestuurder verandert

Professor Marieke Martens houdt zich bij TNO bezig met de rol van de mens bij dergelijke technologie. “Hoe mensen uiteindelijk omgaan met dit soort systemen bepaalt voor een groot deel de uiteindelijke effecten. Geef je mensen alleen informatie, bijvoorbeeld via je smartphone, of neem je daadwerkelijk de rijtaak uit handen.”

Martens stelt dat voor veel mensen de ontwikkelingen rond ‘zelfrijdende auto’s' opeens snel lijken te gaan. “Er zit steeds meer technologie in auto’s en er kan heel snel informatie worden uitgewisseld. Automobilisten kun je niet vragen continu hun gedrag aan te passen op basis van al die informatie.

Het is fijn als je het stadium bereikt waarop je echt kunt zeggen: ‘Gaat u maar even iets anders doen, wij nemen de rijtaak nu helemaal over’.” Zelfrijdende auto’s hebben zeker de toekomst, volgens Martens. “Echter niet in elke vorm, want daar is het in Nederland te druk voor.

CACC biedt mogelijkheden om veilig dicht op elkaar te rijden. Ook het anticiperen op dingen die je als bestuurder nog helemaal niet kan zien, zoals twee kilometer verderop, biedt veel voordelen”, stelt Martens. “Als het voertuig steeds meer zelf in gaat grijpen, verandert de rol van de automobilist wel.”

“Alles moet veilig kunnen gebeuren. Hoe meer technologie ingebouwd zit, hoe groter de verwarring kan zijn over wat een systeem wel of niet doet. Het is nu aan ons om systemen te maken waarbij geen verwarring ontstaat en de automobilist nog weet wat van hem/haar verwacht wordt.

Dat is complexe materie, vandaar dat we met een aantal specifieke scenario’s beginnen.” Martens denkt dus om te beginnen aan scenario’s met zelfrijdende auto’s op snelwegen en pas later in de steden.


Hans-Martin Duringhof

Hans-Martin Duringhof
NEVS

Mobiliteit als dienst

Hans-Martin Duringhof van het Zweedse NEVS stelt dat CACC mobiliteit vloeiender laat verlopen omdat het systeem zonder emoties afwegingen maakt in bepaalde verkeerssituaties. Het doel van NEVS is mobiliteit als dienst naar de markt brengen.

Duringhof ziet als één van de oplossingen voor mobiliteitsproblemen dat meerdere voertuigen tegelijk rijden volgens eenzelfde ‘patroon’. “Een voorbeeld: bij een stroom voertuigen of spookfiles reageren bestuurders anders. De één agressief, de ander terughoudend. Dat heeft gevolgen voor de doorstroming.

Een CACC systeem neemt besluiten over van de bestuurder en zal ervoor zorgen dat de doorstroming beter wordt.” Duringhof verwacht een bereik op termijn van voertuigen die dicht bij elkaar zijn in een bepaalde range. Het bereik is afhankelijk van de voertuigstromen.”

In stedelijk gebied gaan wellicht alle voertuigen met elkaar communiceren. Dan wordt het ook mogelijk om te ‘weten’ dat er op vijf kilometer afstand een ongeluk is gebeurd en men beter een andere route kan kiezen.”

Koppeling tussen auto’s en uitwisseling van informatie verloopt via een wifi-achtig systeem en via sensoren die ‘zien’ wat er rond het voertuig gebeurt. Ook auto’s zonder systeem kunnen zo ‘gezien’ worden door auto’s die wel een systeem hebben.

Duringhof verwacht dat er binnen vijf jaar – en vooral in grote steden – grote groepen dezelfde auto’s zullen rijden met dit systeem. “De eerste auto die we nu in China lanceren, is volledig elektrisch en maakt deel uit van grote ‘fleets’ in stedelijke gebieden. Primair gebruik is als taxi of carsharing voertuig.

Deze fleets lenen zich uitermate goed voor een snelle roll out van CACC technologie. Het is dan ook onze ambitie dat snel te doen. Op snelwegen heeft het natuurlijk ook grote mogelijkheden om bijvoorbeeld files te verminderen.

Onze focus ligt op efficiency; stromen voertuigen zonder oponthoud en veilig, snel laten rijden, niet stilstaan. Dat scheelt energie en is goed voor het milieu.”

Meer weten over zelfrijdende auto's?

Lees hier meer over coöperatieve automatische voertuigen en de toekomst hiervan.