Foto: Doree Colenbrander

Irene Bruines

Smart City Manager bij Ziut

 Een slimme stad is bijvoorbeeld schoner, veiliger en groener. Er zijn minder verkeersopstoppingen, want het verkeer wordt slim gereguleerd of omgeleid. Nu de economie weer aantrekt zullen er de komende jaren alleen nog maar meer auto’s bij komen. Nieuwe technieken bieden de kans op ‘niet nog meer asfalt’ maar een slimmere en andere infrastructuur.

Irene Bruines, Smart City Manager bij Ziut, is dagelijks in gesprek met gemeenten die mogelijkheden zoeken om de openbare ruimte slimmer in te richten. “Met de komst van het internet of things is het mogelijk geworden om objecten op straat aan te sturen, maar ook om data terug te ontvangen van die objecten. Een goed voorbeeld is de intelligente verkeersregelinstallatie, de iVRI.

We produceren met smartphones, sensoren en andere devices tegenwoordig een continue datastroom. Daar waar de ‘oude’ verkeersregelinstallaties informatie kregen uit verkeerslussen in de weg, kunnen de slimme verkeerslichten omgaan met deze datastromen. Die data kun je gebruiken om de verkeersdoorstroming te vergroten en de CO2-uitstoot te verlagen.”

Nieuwe technieken bieden de kans op ‘niet nog meer asfalt’ maar een slimmere en andere infrastructuur.

Slimme infrastructuur

Eindhoven is bijvoorbeeld zo’n stad die zijn infrastructuur slimmer inricht met innovatieve verkeersregelinstallaties. In deze gemeente gaan ze op belangrijke routes verkeersregelinstallaties moderniseren. “De installaties die ze daar gaan vervangen zijn allemaal modern, uit 2009 ongeveer, en die worden omgebouwd zodat ze straks kunnen communiceren met andere apparaten. Bijvoorbeeld auto’s, maar ook communicatie met slimme lantaarnpalen langs de weg is straks een optie.”

De gemeente Eindhoven kiest bij de implementatie van de intelligente verkeerslichten voor de belangrijkste routes met de grootste verkeersdruk binnen het wegennet van Eindhoven. Bruines: “De wens om de capaciteit te vergroten is op die trajecten het grootst. Intelligente verkeerslichten kunnen de doorstroming verbeteren door bijvoorbeeld groene golven te stimuleren.”

Dat communiceren voor een betere doorstroming gaat straks via twee verschillende richtingen. Aan de ene kant communiceren de voertuigen met de verkeerslichten en laten ze weten waar ze zich op de weg bevinden en aan de andere kant communiceren de verkeerslichten informatie richting het voertuig over bijvoorbeeld de beste snelheid.”

Van verkeerslicht naar voertuig

Intelligente verkeerslichten weten wanneer ze op groen springen, hoe lang ze nog op groen blijven staan en hoe lang ze nog op rood staan. “Die informatie kunnen ze dus ook delen met de voertuigen op de weg.” Dit kan via borden langs de weg, een vorm die nu ook al vaak langs drukke wegen te vinden is, maar smartphones en voertuigsoftware bieden op de lange termijn meer kans, denkt Bruines.

“Er zijn nu al voertuigen met ingebouwde software waardoor ze met verkeerslichten kunnen communiceren. Je krijgt dan bijvoorbeeld op je display te zien welke snelheid je moet aanhouden om het groene licht te halen.”

Belangrijk element van de nieuwe verkeerslichten is ook dat de verkeersinformatie beschikbaar wordt gesteld via een open data-platform. Het effect dat andere ontwikkelaars daarmee kunnen hebben op de ontwikkeling van het verkeer kan groot zijn, denkt Bruines. “Wellicht dat iemand iets doet met milieusensoren of dat de verkeerslichten een koppeling maken met het weer. Het zijn maar gedachten, maar met die datafusie kun je de gekste dingen bedenken.”

 Van voertuig naar verkeerslicht

De grootste winst is echter te behalen bij de communicatie van voertuigen richting de verkeerslichten, volgens Bruines. “Het wordt interessant als auto’s op de wegen aangeven waar ze zich bevinden en dat ze een verkeerslicht naderen. Als een weg dicht dreigt te slibben, kunnen de verkeerslichten daarop inspelen door vaker groen te geven.

De vraag is nu hoeveel auto’s we nodig hebben om het systeem te optimaliseren. Kunnen we met tien procent van de voertuigen al een goede inschatting maken over de drukte of is dat pas bij tachtig procent? Dat moet blijken in de praktijk.”

De slagingskans van de verkeerslichten wordt vergroot door de snelheid van de ontwikkeling van intelligente software in voertuigen. “Die ontwikkeling gaat denk ik heel snel”, zegt Bruines. “Als je ziet dat bijna iedereen nu een ingebouwd navigatiesysteem heeft, dan wordt dit zeker de volgende stap in het smart maken van onze auto’s.

Er zijn nu al voertuigen met ingebouwde software waardoor ze met verkeerslichten kunnen communiceren.

De modernste Audi’s en Volvo’s hebben nu al apparatuur met Europese standaarden die kunnen communiceren met verkeerlichten. Die software kan aan de verkeerslichten doorgeven wat het voertuig doet als het op een kruispunt afrijdt.”

Op korte termijn kunnen samenwerkingen met andere applicaties zoals Flitsmeister en Google Maps een uitkomst bieden voor de grootschalige communicatie vanuit voertuigen met verkeerslichten. Bruines: “Deze applicaties weten waar jij je op de weg bevindt en hoe hard je rijdt.

Google Maps weet welke route je rijdt op basis van je navigatie of kan een goede inschatting maken op basis van routes die je vaak rijdt. De verkeerslichten weten zo dat je eraan komt. Op het display van je smartphone zou vervolgens een bericht kunnen verschijnen met een instructie voor het volgende verkeerslicht.”

Voor het zover is, moet er nog wel wat gebeuren. In Eindhoven ligt de focus op de dertien belangrijkste kruispunten. Landelijk zijn er 1200 kruispunten die in de komende jaren voorzien worden van slimme technologie.