De VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) heeft in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Milieu de ‘Modelaanpak Veilig Fietsen’ opgesteld. Daarin vinden gemeenten informatie en praktische tools om een van de meest kwetsbare weggebruikers te beschermen. “Fietsers binnen de bebouwde kom zijn nu nadrukkelijk het speerpunt”, zegt beleidsmedewerker Rogier van Luxemburg. “Wij zorgen dat gemeenten handvatten krijgen en daarnaast proberen we ze te stimuleren om fietsvriendelijk beleid op te stellen of bestaand beleid te verbeteren.

Vraag: Wat gebeurt er vanuit de overheid om de verkeersveiligheid te verbeteren?

Antwoord: “Vroeger namen we vooral achteraf maatregelen, maar dan loop je achter de feiten aan”, weet Rogier van Luxemburg van de VNG. “Nu monitoren gemeenten veel actiever en kunnen ze, met behulp van belangenorganisaties (Veilig Verkeer Nederland en de fietsersbond) en burgers, eerder zien waar de gevaarlijke verkeerssituaties voorkomen om deze vervolgens op te lossen.”

Veilige Infrastructuur

In het verleden konden gemeenten zelf invullen hoe ze de wegen verdeelden en waar er een plek voor fietsers is. Nu hebben we via het CROW (Kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur, red.) meer maatstaven hoe je de weg moet indelen via de ‘Duurzaam Veilig’ principes. Dat betekent zoveel mogelijk verkeersdeelnemers op één weg, maar wel gescheiden. Dat indelen kost veel geld, maar wij willen het aantal verkeersongevallen naar beneden.”

Ongevallen

De ongevallenregistratie is ook een aandachtspunt. Inzicht waar het onveilig is. Het is essentieel volgens Van Luxemburg. “Om het aantal ongelukken te verminderen zullen er maatregelen moeten worden genomen. Denk aan het verwijderen van overbodige fietspaaltjes, eenduidige voorrangssituaties bij rotondes, gescheiden rijstroken, een duidelijke suggestiestrook. En in de winter een strooi- en gladheidsbestrijdingsplan voor fietspaden.”