Volgens Bas Govers, adviseur bij Goudappel Coffeng, is er een mondiale strijd gaande om de hoogopgeleide kenniswerker. “Je moet als stad ‘fit’ zijn. Dan gaat het om zaken als het belastingklimaat en leefomstandigheden, maar ook om hoe het verkeersysteem een stad maakt of breekt.

Met mobiliteit geef je de aantrekkelijkheid de maximale ruimte. Vroeger was autobereikbaarheid heel belangrijk maar nu moet je breder kijken. Waar staan de hoofdkantoren? Hoe stuur je verkeer zodat straten en pleinen een prettig werkmilieu opleveren. Het gebruik van de auto is vanzelfsprekend. We hebben tegenwoordig fietsfiles. Tegelijk worden reisafstanden groter.”

Denken vanuit oplossingen

Govers stelt dat de discussie over mobiliteit via het spoor hoofdzakelijk over capaciteit en veiligheid gaat, maar het zou volgens hem ook over snelheid moeten gaan. “Neem Schiphol, sterk als het gaat om aanvoer vanuit de lucht, maar een beperkte agglomeratiekracht op de grond.

Op de langere termijn zou je in de Schipholtunnel meer ruimte moeten creëren voor snelle langere afstandstreinen die Schiphol voeden in plaats van het aantal sprinters te vergroten. Nederland heeft er immers belang bij om de catchment area, het gebied waaruit het reizigers aantrekt, zoveel mogelijk te vergroten. Dat kan door de driehoek Brussel-Amsterdam-Keulen, waar meer mensen wonen dan in Parijs of London, met snelle treinen te verbinden.”

“We bieden onvoldoende kwaliteit op de spoorverbindingen op langere afstand om de potentie te benutten."

Economische versterking

Het huidige denken vanuit capaciteit en oplossen van regionale knelpunten is belangrijk volgens Govers, “maar we moeten het denken in economische structuurversterking niet vergeten,” zegt hij. “We bieden onvoldoende kwaliteit op de spoorverbindingen op langere afstand om de potentie te benutten. West-Europa heeft een grote economie, maar relatief kleine steden. Wij kunnen alleen concurreren als we er voor zorgen dat Noordwest Europa als ruimtelijk economisch systeem veel meer één geheel is.”

Brede belangen

Volgens Govers is het duidelijk dat de mobiliteitsproblematiek naar de steden verschuift. Govers: “Als het gaat om mobiliteit in de steden moet de overheid het initiatief nemen met een lange termijn visie. Het perspectief is vaak bepalend voor het succes van projecten die de mobiliteit in de grote steden moet verbeteren. Het is belangrijk dat er vanuit de inhoud, mobiliteit, een zo breed mogelijke afweging wordt gemaakt.

Vaak wordt er alleen gekeken naar een smalle kosten-batenanalyse. Goede voorbeelden zijn de Erasmusbrug in Rotterdam en de tramtunnel in Den Haag waar destijds van werd gezegd dat het verkeerskundig onnodig was. Achteraf kan je concluderen dat het bedrijfsleven in deze steden erbij gebaat was. Het is als overheid belangrijk om te laten zien waar de brede belangen liggen.”